We hebben een reeks artikelen gehad waarin de investerings- en exploitatiekosten zijn beschouwd. Geconcludeerd kan worden dat de euro/m2 alles behalve constant zijn bij verschillende ontwerpuitgangspunten. In de navolgende reeks voegen wij de conclusies van de investeringskosten en exploitatiekosten samen en laten we zien hoe deze uitgangspunten uitwerken op de levensduurkosten.
Na een analyse van de onderhoudskosten in één van de vorige artikelen 1) kon al worden geconcludeerd dat de onderhoudskosten bij kleine gebouwen relatief hoog zijn. Als men een klein gebouw heeft met een relatief kleine ketel, zal de onderhoudspartij bij storingen of onderhoud toch moeten langskomen, waardoor de kosten relatief hoog zullen zijn. Daarnaast hebben we bij de analyse van de installatiekosten al gezien dat de kosten van componenten niet recht evenredig lopen met de grootte van het gebouw. Dit geldt dus ook voor de vervangingskosten van componenten wanneer deze het einde van hun technische levensduur bereiken.
Bovendien geldt dat een grotere machine efficiënter met het energieverbruik omgaat dan een kleinere machine. En het relatieve energieverlies is bij een klein gebouw groter dan bij een groot gebouw. Hierdoor worden de levensduurkosten bij een groter gebouw dus lager.

Om de mate van impact aan te geven volgt hieronder een korte analyse, waarbij van referentiegebouwen met verschillende grootte de levensduurkosten zijn berekend. Onderverdeeld in investering, onderhoudskosten (jaarlijks onderhoud en vervangingen) en energiekosten van de werktuigbouwkundige en elektrotechnische installaties (over een exploitatieperiode van 25 jaar).
Dus let op en houd rekening met de schaalgrootte! Gebruik niet alleen de bovenstaande grafiek om de levensduurkosten in beeld te krijgen, want in het volgende artikel zal ook een andere belangrijke invloedsfactor inzichtelijk worden gemaakt.
General
Bijeenkomst Circulaire Bouweconomie, Nieuwe verdienmodellen en meetbaarheid van circulariteit
Tijdens de FME Bijeenkomst Circulaire Bouweconomie op 12 april zal Bernd Karstenberg van Life Cycle Vision een presentatie verzorgen over: ‘hoe kan ik sturen op circulariteit tijdens een installatie-ontwerp?’.
Meer informatie en Gratis inschrijven kan via deze link .
30 March 2018
General
Waarom kiest NIAG voor multi-user licentie
Sinds 2015 maakt NIAG gebruik van Life Cycle Vision. Dat was in eerste instantie vooral om verschillende duurzaamheidsopties vroegtijdig te kunnen vergelijken. Dat ging om investeringskosten, onderhoudskosten en energiekosten, gedurende de verwachte levensduur van een gebouw en/of installatie.
19 March 2018
NVBK
NVBK deel 14: gebouwvorm bij exploitatie
Smaken verschillen en dat is maar goed ook. Ruimtelijk zou het erg saai worden als alle gebouwen er hetzelfde uit zouden zien.
15 March 2018
General
Life Cycle Vision ondersteunt NEN 2699
In 2017 is deze levensduurkostennorm sterk verbeterd, voornamelijk op installatietechnisch gebied. Mede door de inbreng van meerdere installatietechnische adviesbureaus / installateurs én Life Cycle Vision is deze verbetering tot stand gekomen. Er is altijd een mogelijkheid om te verbeteren, zo ook bij standaarden in de markt. Met trots melden wij dat Bernd Karstenberg van Life Cycle Vision in deze normcommissie afgevaardigd is namens de installatiebranche UNETO-VNI. Remco van der Linden, directeur Techniek & Markt bij UNETO-VNI: “Bernd Karstenberg heeft veel kennis van actuele ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, kostendeskundigheid en BIM-processen. Hij combineert binnen deze commissie zijn kennis met inbreng vanuit onze branche.” Hiermee wordt in de normcommissie een belangrijke stakeholdergroep vertegenwoordigd.
8 March 2018
Sign up for our newsletter and stay informed